Doorgaan naar hoofdcontent
FILOSOOF INGRID ROBEYNS OVER EXTREME ONGELIJKHEID : ‘We leven in West- Europa al decennia boven onze stand’
Economische groei geldt nog altijd als hét antwoord op maatschappelijke problemen. Een gevaarlijke denkfout, zegt Ingrid Robeyns. De hoogleraar, auteur van Limitarisme, zoekt alternatieven. ‘Wie grote vermogens een probleem vindt, moet ook naar erfenissen kijken.’
Dit artikel is geschreven door Sofie Mulders in de Morgen. Gepubliceerd op 2 januari 2026, 10:00
“Veel te veel”, antwoordt ze lachend wanneer we hebben plaatsgenomen in haar bureau en ik haar vraag hoeveel uur ze per week werkt. Wie op de website van de Universiteit Utrecht, haar werkgever, naar de pagina van Ingrid Robeyns kijkt, begrijpt die vraag. De onderzoeksprojecten die ze leidt en uitvoert, de commissies en adviesraden waarin ze zetelt, de artikelen en boeken die ze schrijft: de to-dolijst van de Vlaamse filosofe lijkt eindeloos.
“Ik probeer al heel lang wat minder te werken, maar voorlopig is het nog niet gelukt”, zegt ze. “Deels omdat de universiteit ons veel zaken laat doen waarvoor we eigenlijk geen uren hebben. Maar ook omdat ik veel vragen krijg voor interviews, lezingen of debatten. Per maand krijg ik meer dan vijftig verzoeken. Ik moet geregeld dingen weigeren, want het is onmogelijk om er allemaal op in te gaan, maar ik ben er heel dankbaar voor. Ik zie het als mijn missie om de wereld wat beter te maken, en dus ben ik erg blij dat ik zo’n forum krijg om mijn ideeën te verspreiden.”
Robeyns studeerde eerst economie en daarna filosofie, en haar onderzoek situeert zich op het raakvlak van politieke filosofie, toegepaste ethiek, welvaartseconomie en beleidsanalyse. “Jammer genoeg is de maatschappelijke status van economen in het publieke debat onaantastbaar. Beleidsmakers kijken voor advies nog steeds bijna uitsluitend naar professoren economie, terwijl interdisciplinaire onderzoekers zoals mijn collega’s en ikzelf een veel ruimere blik op de samenleving hebben.”
Wat opvalt als je in Utrecht rondwandelt, zijn de vele affiches achter de ramen. Soms voor Gaza, soms om het geweld op vrouwen een halt toe te roepen, vaak tegen de bezuinigingen op de universiteit. Begin december was er nog een mars in Amsterdam om die bezuinigingen aan te klagen. Robeyns is een van de drijvende krachten achter die protestbeweging.
“Ingrid van Engelshoven, minister van Onderwijs in het kabinet-Rutte III, liet in 2021 een onafhankelijke studie uitvoeren over de vraag of het onderwijs ondergefinancierd was. Het antwoord was: ja, met een miljard euro. Rutte IV wilde handelen naar die studie en besloot om voor een periode van tien jaar elk jaar een miljard te investeren in het universitair onderwijs. Maar toen viel de regering en kwam het kabinet-Schoof. Zij hebben dat miljard weer geschrapt. Nu er een nieuw kabinet komt, willen we de druk op de ketel houden om die investering alsnog te doen. Schrappen in budgetten voor onderwijs en onderzoek past trouwens helemaal in het fascistische draaiboek.”
Die term zie ik u op uw LinkedIn-pagina wel eens vaker gebruiken.
“Ja maar, wat is het beleid van deze regering-Schoof dan?”
‘We moeten ons organiseren. Word lid van een vakbond, een politieke partij of een ngo’ Een fascistisch beleid, bedoelt u?
“Ik moet denken aan Jason Stanley, de Amerikaanse professor die na de machtsovername door Trump II van Yale naar de Universiteit van Toronto in Canada verhuisde. Stanley bestudeert fascisme en publiceert regelmatig boeken over dit onderwerp. Hij legt duidelijk uit dat fascisme niet in één keer voet aan de grond krijgt en dat fascisten ook niet aan de deur komen kloppen om hun komst aan te kondigen. Fascisme ontwikkelt zich geleidelijk, stap voor stap. Universiteiten beknotten door hun financiering in te trekken en zo wetenschappers het zwijgen opleggen? Dat is een fascistische maatregel.
“De regering-Schoof is in elk geval flink opgeschoven in de richting van een autocratisch of fascistisch regime. Dat blijkt ook uit hoe ze praten over immigranten en moslims. Je ziet nu bijvoorbeeld dat de BBB (Boerburgerbeweging, red.) een extreem dogmatisch standpunt inneemt over Israël. Ze verdedigen Israël, no matter what. En van migratie hebben ze plots hun hoofdthema gemaakt. Wat heeft dat allemaal nog te maken met het opkomen voor de boeren, wat toch het uitgangspunt was van die partij? Ze schuiven op naar extreemrechts, omdat daar winst te halen valt.”
Ondanks de bezuinigingen hebt u onlangs de Stevinpremie ontvangen, de hoogste onderscheiding voor wetenschappelijk onderzoek in Nederland, ter waarde van 1,5 miljoen euro. Dat is toch mooi?
“Het is inderdaad een mooie prijs. De Stevinpremie is een prijs die onderzoek steunt dat de samenleving ten goede komt. En aangezien de samenleving constant aan mijn telefoon hangt (lacht), zal ik mezelf nu nog meer beschikbaar kunnen maken voor dit soort onderzoek zonder dat ik er extern onderzoeksgeld voor hoef te zoeken.
“Daarnaast zal het geld gaan naar Visions for the Future, het project over economische alternatieven dat ik leid aan de universiteit.” ‘Het neoliberale kapitalisme heeft onmiskenbaar materiële groei tot stand gebracht en miljoenen mensen uit de armoede getild’, zegt de website van Visions for the Future, ‘maar het heeft ook geleid tot gigantische uitdagingen, zoals een fundamentele ecologische crisis, groeiende ongelijkheid en hardnekkige achterstelling, bijvoorbeeld op basis van ras of geslacht.’
Volgens Visions for the Future is er dan ook behoefte aan een beter socio-economisch systeem. Die alternatieven worden onderzocht door Robeyns en haar team – vier mensen in totaal. Het gaat om visies zoals de wellbeing economy, degrowth of het basisinkomen, maar ook autocratisch populisme wordt bestudeerd. Vijf jaar is de vooropgestelde timing om de voor- en nadelen van negen verschillende visies te analyseren, maar dat zal onmogelijk zijn om te halen, zegt Robeyns. “We bouwen wel aan een netwerk van andere onderzoekers die deze visies ook bestuderen.”
Het neoliberale kapitalisme maakt geen deel uit van de negen te onderzoeken visies, en daar heeft Robeyns naar eigen zeggen goede redenen voor. “Deze vorm van kapitalisme kent zulke diepgaande problemen dat het nodig is dat er iets anders komt. Ik denk niet dat dit omstreden is onder wetenschappers. Maar ik zeg heel duidelijk: déze vorm van kapitalisme. Want de sociaaldemocratie was ook een vorm van kapitalisme – er waren vrije markten en kapitalisten – maar er bestonden toen veel meer basisvoorzieningen vanuit de overheid. Sinds de jaren 70 heeft de sociaaldemocratie echter stilaan plaatsgemaakt voor het neoliberale kapitalisme.”
Ook degrowth wordt bestudeerd in uw project. Maar zijn de meeste economen het er niet over eens dat economische groei noodzakelijk is? De kosten voor bijvoorbeeld klimaatverandering, de vergroening van de economie of de vergrijzing zullen enorm zijn; dat geld moet toch ergens vandaan komen?
“Maar die gevolgtrekking, dat groei van het bnp onvermijdelijk is, klopt gewoonweg niet. Je kunt het geld ook op een andere manier ophalen. De Franse economieprofessor Gabriel Zucman, die ook codirecteur is van het World Inequality Lab in Parijs (onderzoeksinstituut dat de ongelijkheid wereldwijd bestudeert, red.), heeft dit jaar nog een voorstel gedaan om alle Franse staatsburgers die meer dan 100 miljoen euro bezitten een taks te laten betalen van 2 procent (de fameuze Zucman-taks, red.). Dat zou 20 miljard euro per jaar opleveren. Bovendien is de gemiddelde groei van het vermogen in die categorie ongeveer 7 procent. Deze mensen zouden dus nog altijd een groei van 4 à 5 procent van hun vermogen kennen, en nog steeds rijker worden.
“Wie zegt dat we niet zonder economische groei kunnen, gaat er dus van uit dat onze belastingstructuur niet gewijzigd kan worden, én dat onze materiële welvaart onaantastbaar is.
Elon Musk en Donald Trump. ‘Iedereen heeft gezien hoe Musk nooit verkozen is geweest en toch zeggenschap kreeg over overheidsinstanties. Niemand had mijn punt dus beter kunnen maken dan Elon Musk.’’Bron HAIYUN JIANG / NYT
“Je zou bijvoorbeeld de vraag kunnen stellen of de materiële welvaart van mensen in West-Europa deels gebaseerd is op de welvaart van toekomstige generaties, omdat we de aarde steeds meer uitputten, en op het mondiale Zuiden, omdat we heel oneerlijke handelsverhoudingen hebben met die landen. De meeste economen stellen dergelijke vragen niet eens, maar op basis van alles wat ik lees in andere disciplines denk ik dat het antwoord ‘ja’ is.
“Groei presenteren als enige mogelijke antwoord op reële uitdagingen gaat dus volledig voorbij aan wie of wat de rekening betaalt voor die groei – het milieu, het klimaat, ons welzijn, toekomstige generaties, het mondiale Zuiden – en gaat uit van de status quo.
“En stel dan nog dat het waar is dat we moeten groeien om meer belastinginkomsten te hebben, dan is de vraag toch ook: wat ga je laten groeien? Als je diensten laat groeien die niet heel veel gebruikmaken van schadelijke materialen – zoals onderwijs of zorg – dan is het al een heel ander verhaal dan wanneer je gewoon een systeem draaiende houdt dat nog meer spullen creëert en bijgevolg de aarde nog meer uitput. Het probleem is dat we in West-Europa al een paar decennia boven onze stand hebben geleefd.
“Daarnaast wil ik er bij zeggen dat de stukken die we tot nu toe hebben geschreven over degrowth en postgrowth ook kritisch zijn voor die systemen. Het is niet omdat wij deze modellen bestuderen, dat we ze ook verdedigen. Mensen zoals antropoloog Jason Hickel, die geloven in het collectief beslissen over wat we gaan produceren, staan eigenlijk voor een planeconomie, waarbij er door de hele gemeenschap democratisch wordt beslist over wat we gaan produceren. Ik zie niet voor me hoe we dat zouden doen, en heb aarzelingen of dat tot gewenste resultaten leidt. Maar het alternatief is dat we gewoon doorgaan zoals nu, en dat is voor mij ook geen optie.”
We hebben jaren boven onze stand geleefd, zegt u, maar is het probleem niet dat we niet bereid zijn om in te leveren? Veel mensen worden al woedend als ze te horen krijgen dat ze beter niet meer elke dag vlees zouden eten.
“Dat klopt. En dat is lastig. De taak van een filosoof is om de waarheid te spreken en de feiten te benoemen. Maar wat feitelijk uit de analyses komt, is maatschappelijk soms niet verteerbaar. Het is een vraag die we ons geregeld stellen: wat doen we met die kloof?
“Neem nu het voorstel over individuele carboncredits, waarbij elke burger bijvoorbeeld jaarlijks 5 ton CO₂-uitstoot ter beschikking zou krijgen, en dan elk jaar wat minder. In dat geval moet je dus kiezen: ofwel kun je vlees eten, ofwel vliegen, maar je kunt ze niet allebei doen. Los van de onrechtvaardige achtergronden die je eerst zou moeten aanpakken om zo’n systeem door te voeren, is dit zuiver analytisch gezien de beste combinatie van rechtvaardigheid en efficiëntie. Je legt namelijk zowel de macht als de verantwoordelijkheid bij het individu, en bedrijven zullen enorm onder druk komen te staan om hun productieproces klimaatneutraal te maken. Maar politiek gezien is dit totaal onverkoopbaar.”
“O, maar dat verschil is heel eenvoudig uit te leggen. Piketty vertrekt van het sociaal contract dat we na WO II hebben geïnstalleerd, en dat was grofweg egalitair. De vermogensongelijkheid ging naar beneden, tot we geleidelijk aan zijn overgeschakeld naar het neoliberale kapitalisme. Maar Waldenström zet zijn vergelijkingspunt in de vorige eeuw. Tja, dan kun je er natuurlijk een heel ander verhaal rond maken.
“Wat mij echt irriteert, is dat Waldenström over Piketty zegt dat die ideologisch gedreven is, terwijl Waldenström daar net zo goed van kan worden beschuldigd. Hij laat uitschijnen dat hij een neutrale analyse geeft, maar dat is gewoon niet waar.
“Het argument van Waldenström is bovendien dat de middenklasse rijker is geworden, en daarom is hij veel positiever over de periode sinds 1980. Daarvoor wijst hij naar huizenbezit. Het klopt dat veel mensen nu een huis hebben. Maar de vraag is hoeveel je moet betalen om een huis te kunnen kopen. Mijn collega Huub Brouwer (econoom en filosoof aan Tilburg University, red.) heeft berekend hoeveel jaarsalarissen je moet betalen om een gemiddeld huis te kunnen kopen in Nederland. In 1995 kostte een gemiddeld huis nog 4,2 keer het modale inkomen. Inmiddels is dat 10,1 keer. Is de middenklasse dan echt zoveel rijker geworden?”
‘Ik spreek ook geregeld voor een publiek van zeer vermogende mensen, en dan zijn er eveneens enkele vragen die altijd terugkomen: hoeveel is genoeg? Wat moet ik weggeven?’
Waldenström zegt dat ook de armen hebben geprofiteerd van de economische groei: auto’s zijn veiliger, appartementen hebben water en verwarming, en iedereen kan een nieuwe heup laten plaatsen in het ziekenhuis, ongeacht wat er op zijn bankrekening staat.
“Als je in de VS woont, kun je die nieuwe heup alleen krijgen wanneer je een peperdure zorgverzekering hebt via je werkgever, maar voor Europa klopt zijn conclusie inderdaad. En daarom bevestig ik ook dat het kapitalisme die materiële vooruitgang heeft teweeggebracht en veel mensen in het mondiale Zuiden uit de extreme armoede zijn getild. Maar waren er andere scenario’s of werelden mogelijk waarin ze nog beter af waren geweest? Dát is de vraag die we moeten stellen.
“We moeten volgens mij dus niet alleen kijken naar de armsten, maar ook naar de allerrijksten, die een veel steilere groeicurve hebben doorgemaakt, waardoor de ongelijkheid tussen die twee ontzettend is toegenomen. Nog deze maand bleek uit het World Inequality Report 2026 (een groot internationaal dataonderzoek dat sinds 2018 elke vier jaar verschijnt en waar onder meer Thomas Piketty en Gabriel Zucman aan meewerken, red.) dat de vermogensongelijkheid op de wereld ongekende vormen heeft aangenomen. De groeiende ongelijkheid tussen die twee uitersten vind ik moreel niet verdedigbaar. Als je veel vermogen hebt, krijg je bovendien macht, die je kunt aanwenden om schade aan te richten aan de samenleving.”
Robeyns is ondertussen beroemd geworden om wat ze hier bepleit. Haar jarenlange onderzoek naar extreme rijkdom culmineerde in 2023 in haar boek Limitarisme, dat ondertussen in elf talen is vertaald. Daarin analyseert Robeyns welke schadelijke gevolgen extreme rijkdom heeft voor bijvoorbeeld de democratie en het klimaat, en hoe we moeten nadenken over een grens aan rijkdom.
Toen ik Robeyns in 2020 voor deze krant sprak over haar ideeën, had Elon Musk nog geen vermogen van 600 miljard dollar of een vooruitzicht op een bonus van 1.000 miljard dollar, en had hij nog niet zichtbaar deelgenomen aan de macht in de VS. Is er vandaag de dag meer welwillendheid voor haar pleidooi dan pakweg tien jaar geleden, vraag ik haar.
Robeyns glimlacht. “Er is altijd veel meer welwillendheid geweest voor mijn analyse dan kritiek. Alleen hoef ik nu tijdens een lezing bijna niet meer uit te leggen hoe extreme rijkdom de democratie ondermijnt. Iedereen heeft namelijk het beeld gezien van de inauguratie van Trump en de techmiljardairs die er op de tweede rij zaten. Iedereen heeft gezien hoe Musk nooit verkozen is geweest en toch zeggenschap kreeg over overheidsinstanties. Niemand had mijn punt dus beter kunnen maken dan Elon Musk.”
Volgens Robeyns hebben we heel goede redenen om een grens aan rijkdom te willen, en ook al beseft ze dat dit voorstel nooit helemaal realiseerbaar zal zijn, ze hoopt wel dat het scherp maakt waarom ongelijkheid, en dan vooral die extreme rijkdomsconcentratie, een groot probleem is.
Behalve een grens voor rijkdom pleit u ook voor een veel hogere belasting op erfenissen.
“Ik weet dat veel burgers daartegen zijn. Blijkbaar is het de meest gehate belasting van allemaal. Maar wie de heel grote vermogens een probleem vindt, kan niet anders dan naar erfenissen kijken, want ongeveer de helft van die grote vermogens komt uit bedrijven of kapitalen die worden nagelaten aan de kinderen.
“Een hoge erfbelasting zou natuurlijk wel gecoördineerd moeten worden – op zijn minst in Europa, en liefst mondiaal – om kapitaalvlucht te vermijden.”
Hebt u aanwijzingen dat burgers die extreme rijkdomsconcentratie ook daadwerkelijk een probleem vinden?
“Dat is een goede vraag. Ik denk dat het ervan afhangt hoe je het aan mensen voorlegt. Kijk, de Nederlandse overheid heeft enkele jaren geleden zelf een studie besteld om de belastingtarieven in ons land te analyseren. Uit die studie blijkt duidelijk dat mensen met grote bedrijven of veel kapitaal veel minder belastingen betalen dan het tarief voor inkomen uit arbeid. Dat is geen conclusie van een of andere denktank voor ‘tax justice’, maar van de overheid zelf.”
Bron Ivo van der Bent
Het klassieke tegenargument is dan dat ondernemen maximaal gestimuleerd moet worden, omdat ondernemers voor werkgelegenheid en dus voor belastinginkomsten zorgen.
“Inderdaad, het fameuze trickledownargument: wanneer je ondernemers minder belast, wordt iedereen er beter van, ook de armsten en de middenklasse. Maar – en ik heb de bronnen in mijn boek staan – dat is feitelijk niet waar. Zelfs het IMF (Internationaal Monetair Fonds, red.) heeft ondertussen gezegd dat dit niet op deze manier werkt.”
U had het daarstraks over vijftig verzoeken per maand voor interviews, lezingen of debatten. Onlangs gaf u samen met Anton Jäger nog een lezing in de Brusselse Bozar, en die was een maand op voorhand uitverkocht. Stemt u dat hoopvol?
(denkt even na) “Wat mij niet hoopvol stemt, zijn de objectieve ontwikkelingen rond hoe het met de planeet, de democratie, de geopolitieke stabiliteit en de mondiale armoede gaat. We zijn blij dat er minder mensen zijn die van minder dan 3 dollar per dag moeten leven, dus onze morele ambities liggen veel te laag.
“Maar dat mensen naar publieke debatten gaan, of zelf over politiek discussiëren als ze elkaar ergens ontmoeten, kan ik alleen maar toejuichen. Veel mensen maken zich zorgen. Wanneer ik een lezing geef, krijg ik vanuit het publiek ook altijd de vraag: wat kunnen we doen?”
En wat is uw antwoord dan?
“Dat we ons moeten organiseren. Word lid van een vakbond, een politieke partij of een ngo. Hannah Arendt betoogde in haar boek The Human Condition dat er drie fundamentele menselijke activiteiten zijn: arbeid, werk en handelen. Met handelen bedoelt ze onze rol als politieke burger, of als politieke dieren, zoals Aristoteles het zou zeggen.
“Mijn intuïtie is dat we een hele generatie hebben gehad die gedepolitiseerd is, misschien omdat we het zo goed hebben gehad, maar wellicht ook omdat het neoliberale gedachtegoed het nooit over onze rol als burger heeft gehad. Maar de gedachte dat je door te gaan stemmen al je burgerlijke plicht vervuld hebt, kan niet kloppen.
“Ik spreek trouwens ook geregeld voor een publiek van zeer vermogende mensen, en dan zijn er eveneens enkele vragen die altijd terugkomen: hoeveel is genoeg? Wat moet ik weggeven? En hoe moet ik het weggeven?”
Dat er mensen zijn met een vermogen van meer dan 10 miljoen euro is toch niet wenselijk volgens u?
“Klopt, maar zolang we een systeem hebben waarin mensen zo rijk kunnen worden, zou het goed zijn indien ze beseften dat ze die rijkdom echt niet helemaal alleen aan zichzelf te danken hebben. Denk bijvoorbeeld aan Marlene Engelhorn, een Oostenrijkse nazaat van het BASF-imperium, die in 2022 van haar grootmoeder zo’n 25 miljoen euro erfde. Zij wilde dat geld niet, omdat ze er niets voor had moeten doen, en richtte daarom een burgerpanel op waarin burgers konden beslissen op welke manier dat geld het beste naar de samenleving kon terugvloeien.
“Of neem de Patriotic Millionaires, een organisatie van Amerikaanse miljonairs die de belastingonrechtvaardigheid aankaarten en vinden dat de superrijken meer belastingen moeten betalen. Met de Britse tak van deze organisatie werk ik samen om een mondiale maatstaf voor extreme rijkdom te ontwikkelen. Als een sociale indicator, net zoals we sociale indicatoren voor armoede of werkloosheid hebben.
“Dat mijn boek wordt gelezen door mensen met heel veel geld, en dat ik door hen word uitgenodigd om te komen spreken, stemt mij ook hoopvol. Er is echt wel wat aan het bewegen bij heel rijke mensen. Maar verandering gaat ontzettend traag, dat hoef ik je niet te vertellen.”
Reacties
Een reactie posten